Albana

Geschiedenis

Druivensoorten komen en gaan. Wijnbouwers hebben over de eeuwen heen steeds variëteiten geselecteerd op basis van kwaliteiten die op dat moment belangrijk waren. Resistentie tegen ziekte en productiviteit waren vroeger belangrijker dan nu, maar een kwaliteitsaspect heeft altijd gespeeld. Soms bleken druivensoorten niet meer interessant om één of meerdere redenen en verdwenen voorgoed. Het zegt ook iets over druivensoorten die al millennia worden geteeld. Albana is zo een druif. Men denkt dat de witte wijndruif door de Oude Romeinen werd vernoemd naar de Colli Albani nabij Rome, waarvan de druif afkomstig zou zijn. Later hebben Romeinse soldaten ze aangeplant aan de Rubicon in Romagna, de huidige thuis van albana. Een andere hypothese luidt dat albana een verbastering is van alba, Latijns voor wit. De Oude Romeinen vernoemden druivensoorten wel vaker naar kleuren.

Zone

Albana staat aangeplant in de provincies Bologna, Modena en Rimini, en vooral in Forlì en Ravenna. Het zijn allen heuvelzones naast elkaar, de laatste uitlopers van de Apennijnen voor de Po-vlakte. Zoals steeds bij antieke druivensoorten heeft het terroir een grote impact op hoe de druif zich uit. Albana blijkt in het bijzonder gevoelig aan bodemsamenstelling. Ze geeft het beste van zichzelf op bodems die spugnone romagnolo bevatten, een geologische formatie die gevormd is tijdens het Plioceen. Het is een kalkrijke bodemlaag die extreem veel fossielen bevat. De ‘grand cru’ zones zijn Dozza, Riolo, Santa Lucia delle Spianate, Terra del Sole en Castrocaro, Bertinoro, Longiano en Montiano. Het zijn kleine gebieden van minder dan 100ha die verspreid liggen over een as van een zestigtal kilometers.

Terra del Sole e Castrocaro Terme

Karakteristieken

De dikke schil en het hoge suikergehalte van Albana maken de variëteit zeer geschikt om er zoete wijnen, passito, van te maken. Zowel het indrogen van de druiven, de druiven door edele rot laten krimpen en een late oogst behoren tot de lokale wijnbouwtradities. Italianen hebben altijd van hun passito gehouden, elke regio heeft een lokale trots. Maar het toegenomen belang van export voor kleine, familiale wijndomeinen heeft de aandacht voor droge Albana di Romagna aangewakkerd. Die is bijzonder omdat de wijn tannine heeft en qua structuur veel meer weg heeft van een droge, rode wijn. Het laat toe de wijn ‘op te voeden’, d.w.z. in houten vaten, amforen of cementen vaten laten rijpen.

Wijn van Albana heeft een heldere strogele kleur die na veroudering wat doffer en goudgeler wordt. In de neus is de wijn medium-intens met aroma’s van peer, steenfruit, citrus, vijgen, gele bloemen, kruiden en honing. Bij betere wijnen kan men ook nootachtige en mineralige geuren ontdekken. In de mond zijn de wijnen gestructureerd met bovengemiddelde alcoholpercentages, tannine, fikse zuren en opnieuw slechts bij de betere wijnen een mineraliteit die naar het zilte nijgt. Gerijpte albanawijnen hebben veel verouderingspotentieel. De wijnen zijn op hun best na enkele jaren flesrust, waarna de wijn intrigeert met een boeket van gekonfijt fruit, noten en honing en het mondgevoel ronder, voller en harmonieuzer is geworden.

Links een lichtere wijn van albana, rechts een bewaarwijn van albana, beiden vatstalen
Albana en lamskotelet

Food pairing

Jongere, lichtere wijnen van albana gaan uitstekend bij schelp- en schaaldieren, visgerechten en verse (streek)kazen als Stracchino, Squacuerone en Raviggiolo. De gerijptere versies worden traditioneel bij gevulde pasta’s, varkensvlees, konijn, gevogelte, kalfsvlees, lam, truffel en rijpere kazen geserveerd: in Romagna zijn ze het gewoon, maar bij ons kan je zeker verrassen met deze combinatie.

Ciro Picariello 2

De missie van Decanto is meer te laten genieten van betere Italiaanse wijnen. Daarom delen we graag onze expertise en passie. Wil u niet alleen lezen, maar ook proeven? Raadpleeg dan onze catalogus via onderstaande knop. 

Naar Wijnen