De Langhe in het glas

Langhe

Il territorio

De Langhe bevinden zich in het zuiden van Piemonte, verborgen achter de Maritieme Alpen en de Ligurische Apennijnen. Het uitzicht wordt gedomineerd door langgerekte heuvelruggen met steile flanken. Vele diepe valleien snijden haast parallel door het landschap. Het differentieert de Langhe van nabijgelegen heuvelzone Monferrato waar de heuvels wat zachter golven. De Apenijnen vormen een natuurlijke blokkade voor windstromen die van over de Mediterrane zee komen. De Alpen op hun beurt houden de koude noorderwind tegen. De inwoners van de Langhe danken dus de nabijgelegen bergenketens voor hun gematigd, continentaal klimaat dat evenwel duidelijke seizoenen kent.

De Langhe is onmiskenbaar één van de grote terroirs uit Europa. De Piemontese wijnregio excelleert zowel in termen van kwaliteit als diversiteit. Alles gaat terug naar de bijzonderheden van het terroir. De bodem werd gevormd 16 miljoen jaar geleden. Toen trok de zee zich terug uit wat nu de Po-vlakte is. Ze liet een rijke anorganische bodem na die in hoofdzaak bestaat uit kalk, mergel, klei, tufsteen en krijt.

De afwisseling van grondlagen in combinatie met de ontelbare heuvelflanken maakt dat de Langhe gekenmerkt wordt door een veelheid aan micro-terroirs. Voeg daar een verscheidenheid aan lokale druivensoorten en millenia wijnbouwgeschiedenis aan toe. Vandaag behoren wijnen uit de Langhe tot de meest verfijnde en elegante in de wereld.

Over de lokale druivensoort Dolcetto

Dolcetto is één van de meest typische Piemontese druivensoorten. De blauwe wijndruif wordt zowat overal in de noord-Italiaanse regio geteeld. Hij gedijt het best op bodems die veel fijnverdeelde kalk bevatten en op heuvels tussen de 250 en 600 meter boven zeeniveau.

In de Langhe worden de beste Dolcetto gebaseerde wijnen gemaakt. Sinds eeuwen vergezelt de druivensoort de lokale bevolking in goede en kwade dagen. Vandaag is de teelt bijna uitsluitend voor wijnproductie bestemd, maar in het verleden was het ter plaatse de belangrijkste tafeldruif. Daarom wordt de druif ook liefkozend Dolcetto genoemd, wat ‘kleine, zoete druif’ betekend.

Vroeger had Dolcetto een belangrijke economische waarde. De druif werd op grote schaal als ruilmiddel gebruikt met handelaars uit Ligurië. Via de zoutroute trotseerden zij de Apennijnen om olijfolie, zout en ansjovis uit de aangrenzende kustregio in de Langhe te verkopen. Vandaag zijn dit nog steeds basis ingrediënten van de regionale keuken. Ze worden verwerkt in klassiekers als Vitello Tonnato, Bagna Caoda en Acciugata. Ook met de veehouders uit de vlakte rond Cuneo werd de Dolcetto-druif geruild voor kwaliteitsvlees van Piemontese koeienrassen.

Wijn van Dolcetto kende een hoogconjunctuur in jaren ‘70 en ‘80. In de populaire eetzalen van de Osterie vergezelde de wijn quasi ieder avondmaal. Ook na de maaltijd werd er gezongen en gedronken tot in de late uren in het mooie gezelschap van Dolcetto-wijn. Vandaag is het aantal met de druif beplante hectaren op een retour. In de plaats worden druivelaars van de variëteit Nebbiolo aangeplant. Ze zijn economisch interessanter vanwege de onstuitbare vraag van de internationele markt naar de Nebbiolo gebaseerde Barolo en Barbaresco.

Anders dan de naam laat vermoeden, levert Dolcetto droge wijnen op. Ze worden gekenmerkt door een matige zuurtegraad en een afdronk die aan amandelen of perzik doet denken, wat men eerder van een witte wijn kan verwachten. Afhankelijk van de zone en de wijnmaakmethode levert Dolcetto heel frisse en vlotte wijnen op die bijna elke dagdagelijkse maaltijd kunnen vergezellen; of meer geëvolueerde wijnen met structuur die tot zes à zeven jaar kunnen rijpen.

Het wijnhuis Pecchenino staat bekend als één van de, zoniet dé beste producent van Dolcetto-wijnen. Op de etiketten zal je echter niet Dolcetto zien, maar Dogliani DOCG. Het verwijst naar een subregio binnen de Langhe die ten zuiden van Barolo ligt en de iets hogere heuvels rond het stadje Dogliani omvat. Dogliani wordt uitsluitend van Dolcetto gemaakt. Er bestaat ook een Superiore: Dogliani die minimaal één jaar in eikenhouten vaten rijpt. Dogliani Superiore levert meer geëvolueerde wijn op zoals hierboven vernoemd. Mede vanwege zijn inzet om Dogliani bekender te maken als wijnsoort, werd wijnmaker Orlando Pecchenino in 2017 voorzitter van het Consorzio Barolo Barbaresco Alba Langhe e Dogliani. Een mooie titel als u het mij vraagt.

Over de lokale druivensoort Nebbiolo

Nebbiolo is de oudste Piemontese druivensoort. Ze wordt door wijnkenners ook als één van de meest nobele en prestigieuze variëteiten uit Italië beschouwd. De naam is herleidt van “nebbia”, het Italiaanse woord voor nevel en mist. Volgens sommigen omdat de druiven dicht bij de oogst beneveld lijken, zoals vaak ook bij pruimen voorkomt. Volgens anderen omdat de druif zeer laat rijpt en geoogst wordt wanneer de Piemontese heuvels in de herfstige mist baden.

Er wordt wel eens gezegd dat Nebbiolo de koningin van de blauwe druiven is: enerzijds levert de druif wijnen op van grote elegantie, anderzijds is ze erg veeleisend qua bodem, expositie en hellingsgraad van het terrein. Bovendien vereist haar teelt veel kennis en aandacht doorheen het lange groeiseizoen. Reeds in de tweede helft van april komen de knoppen uit. In de eerste helft van oktober wordt Nebbiolo geoogst, veel later dan andere lokale variëteiten als Barbera en Dolcetto. Daarom is de druif erg gevoelig aan temperatuurverschillen tussen dag en nacht en is voorjaarsvorst nefast voor het slagen van een oogstjaar. Maar de rijkheid aan polyphenolen, die voor tannine in een wijn zorgen, vereisen een expositie naar het zuiden of zuidwesten op steile hellingen en op een hoogte van 200m tot 450m boven zeeniveau.

Het is in de Langhe, meer bepaald de heuvelzone’s rond Barolo en Barbaresco, dat Nebbiolo zich het meeste thuisvoelt. Hier vindt Nebbiolo haar ideale terroir en worden er grootse wijnen van gemaakt. Ze zijn rijk zijn aan alcohol, ondersteund door flinke zuren en tannine. Daarom zijn deze wijnen op z’n best na een lange flesrust van een tiental jaren.

De Langhe in het glas

Het is opvallend hoe complementair de twee belangrijkste druivensoorten uit de Langhe, Nebbiolo en Dolcetto, zijn. Dolcetto biedt zekerheid aan de wijnbouwer. Ook in moeilijkere oogstjaren levert de druif soepele, fruitige en veelzijdige wijnen op. Daarenboven met een goed rendement per hectare. Het hoeft geen uitleg dat je voor een goede prijs – tussen de 10 en de 20 euro – al een uitstekende Dolcetto vindt. Nebbiolo daarentegen vereist veel meer arbeidsuren per hectare wijngaard en de opbrengst is allerminst gegarandeerd. Maar in goede jaren kan het resultaat simpelweg spectaculair zijn.

Ook voor de wijnliefhebber vullen Dolcetto een Nebbiolo elkaar mooi aan. Stel dat je tijdens de lange kelderrust van een Barolo het geduld dreigt te verliezen. Ontkurk dan een Dolcetto en bedenk nippend aan uw overheerlijk glas: het kan niet elke dag feest zijn.

Gerelateerde verhalen
Pecchenino en de herwaardering van Dolcetto.