Alberto Arlunno is een wijnmaker met bredere interesses dan enkel het technische aspect van wijn maken. Hij heeft een encyclopedische kennis over de wijnbouwgeschiedenis, tradities en geologie van Ghemme. Naar hem luisteren hierover, helpt om de geraffineerde stijl van zijn wijnen te begrijpen.
“Ghemme is een van de interessantste plaatsen ter wereld op vlak van geologie (UNESCO erkende de zone als Global Geopark). Sinds miljoenen jaren botsen hier de Afrikaanse en Euraziatische plaat. De ondergrond van de wijngaarden bevat allerlei stollingsgesteenten zoals graniet, serpentijn en pyroxieten die uit diepere lagen van de aardkorst komen. De complexe bodemsamenstelling ligt aan de basis van de fijnheid en elegantie van nebbiolo uit Ghemme.”

Alberto werkt in de wijngaarden en cantina Bourgondisch, en dat heeft geschiedkundige redenen.
“In de Middeleeuwen was hier een klooster dat tot de Orde van Cluny behoorde. Ze werd bestuurt door Bourgondische monniken uit Cluny die hun kennis over wijnproductie meebrachten.
Zij startten met een opdeling van het terroir, een beheer van elke wijngaard op maat en een afzonderlijke vinificatie naargelang de kwaliteiten van de geoogste druiven per perceel. Dit passen we bij Cantalupo nog steeds toe. Later assembleren we de vaten tot een harmonische wijn of worden ze apart gebotteld als cru. Het doel is steeds het terroir te laten spreken in de wijn.”

Cantalupo is een echt cultdomein voor wie nebbiolo in zijn puurste gedaante zoekt. Hier geen uitbundige fruitigheid in de jeugd — dit is old-school wijnmaken, met wijnen die jaren, soms decennia, nodig hebben om zich helemaal te ontplooien.

Van alle flessen die ik van Cantalupo geproefd heb, was er maar één die echt volledig op dronk was: een magnum Ghemme Breclemae 1989. Maar die ene fles was meteen ook de meest aangrijpende nebbiolo-ervaring die ik ooit had!