Selvapiana is van oorsprong een Middeleeuwse wachttoren langs de Sieve, gebouwd om Firenze te beschermen aan noordoostelijke flank. Tijdens de Renaissance bouwde de bisschop van Firenze het om tot een zomervilla, omringd door wijngaarden, olijfgaarden, moestuinen en jachtbossen. Toen in de negentiende eeuw bankiers machtiger waren dan geestelijken, kocht de rijke familie Giuntini het goed.

Nazaat Francesco Giuntini was visionair in zijn geloof in de wijnen van Rufina. Deze bosrijke heuvelstreek ligt tussen de Apennijnen en Firenze. De continue tramontana tempert de zomerse hitte en temperatuurverschillen tussen dag en nacht variëren sterk. De arme, kalkrijke bodems zijn essentieel om de finesse van Sangiovese volledig tot uiting te brengen.

In 1979 was Francesco één van de eersten die een monocépage van sangiovese maakte van één perceel. Hij werkte daarvoor samen met de piepjonge oenoloog Franco Bernabei, die later beroemd werd met Fèlsina en Fontodi in de Chianti Classico.

De wijnen rijpen deels in foeders in de eeuwenoude kelder van de villa, waar ook een historische collectie riserva’s wordt bewaard.

Sinds 2019 overziet Niccolò, kleinzoon van Francesco, de wijngaarden en de cantina. Met zijn puristische, terroir-gerichte aanpak zijn de wijnen van Selvapiana verfijnder en preciezer dan ooit. Hun old-skool karakter roept het beeld op van Toscaanse aristocratie en hun legendarische cucina tradizionale.