Het begon allemaal met de droom van Delio Mazzavillani, een gepassioneerde wijnliefhebber die sterk geloofde in zijn regio, de heuvels van Bagnolo in Romagna, als wijnterroir. In de jaren negentig verwierf hij hier zijn eerste hectare wijngaard.
Na zijn vroege overlijden besloot zijn weduwe, Marta Valpiani, het project voort te zetten. Vanaf 2006 werd de oogst niet langer verkocht, maar ter plaatse gevinifieerd en gebotteld. Dochter Elisa, destijds in haar twintiger jaren, was erbij betrokken vanaf de eerste rij. Ze voelde – letterlijk, met haar handen in de gistkuip – dat wijn maken haar roeping was. Elisa verliet haar kantoorbaan om voltijds op het domein te werken. Naast het harde dagelijkse werk richtte ze zich op haar ontwikkeling als wijnmaker. Ze studeerde, proefde, raadpleegde collega-wijnbouwers en experimenteerde. Hoe langer ze bezig was, hoe meer ze overtuigd raakte van het fundamentele belang van een natuurlijke zorg voor de wijngaarden. Onder haar leiding werd de vinificatie steeds meer ambachtelijk, met als doel de intrinsieke kwaliteit van de druiven te vertalen naar de wijn. De resultaten bleven niet uit en moeder Marta droeg symbolisch de sleutels van de cantina over aan haar dochter.