Met zijn mistige valleien en Middeleeuwse dorpjes die boven de nevel uittorenen, doet de Oltrepò Pavese denken aan Barolo. De streek ligt net ten zuiden van de Po, aan de voet van de Apennijnen, en hoewel ze vandaag ietwat vergeten is, is ze de thuis van een icoon van Italiaanse wijn: Barbacarlo.
Giuseppe Maga beheert hier twee percelen, gelegen tussen het bos op een imposante heuvel aan de rand van de Povlakte, net buiten Broni. De stokken groeien in een harde, rotsige tufstenen bodem, op oerstijle hellingen waar enkel de meest vastberaden wijnmakers zich aan wagen. Al het werk gebeurd met de hand en volgens lokale tradities die Giuseppe met de paplepel kreeg ingelepeld van zijn illustere vader en wijnmaaklegende Lino Maga.
In de kelder vinifieert hij in een stijl die zo oud is als de straatstenen: fermentatie in oude foeders zonder enige toevoegingen of temperatuurscontrole, remontages volgens de maanstand, en botteling in de lente na de oogst.
Giuseppe ontvangt zijn gasten niet in de cantina, maar in een proeflokaal in het centrum van Broni, dat een soort bedevaartsoord is geworden voor liefhebbers van artisanale wijn. Tussen slordige stapels boeken, plakaten met handgeschreven filosofische ingevingen van zijn vader en ontelbare schappen met oude jaargangen vertelt hij anekdotes uit vervlogen tijden of houdt hij strijdvaardige betogen voor ambachtelijke wijnbouw — altijd met een sigaret in de mond. Wie geluk heeft, kan proeven van enkele weergaloze, decennia-oude flessen die schijnbaar willekeurig worden opengetrokken.
De wijnen van Barbacarlo zijn bijna niet te beschrijven: ze hebben een betoverende, rustieke charme en aanstekelijke authenticiteit, die je meenemen naar een parallel universum waarin wijn exact is zoals de Schepper het bedoeld heeft: poesia della terra.